SIR ARTHUR CONAN DOYLE (1859-1930)


Heel de wereld kent hem als de geestelijke vader van Sherlock Holmes, maar in werkelijkheid had Arthur Conan Doyle heel wat meer pijlen op zijn boog.

Hij werd geboren in Edinburgh op 22 mei 1859 in een gezin van tien kinderen. Vanaf zijn negende liep hij school bij de Jezuieten. Het was geen prettige tijd die hij daar beleefde. De spartaanse discipline lag hem niet, en hoewel hij een behoorlijk student was, waren lijfstraffen hem niet vreemd.
Van 1876 tot 1881 studeerde ACD geneeskunde aan de universiteit van Edinburgh. Hij studeerde af als arts.
In deze periode maakte hij kennis met Dr Joseph Bell, een man met een groot deduktievermogen. Het is naar het beeld van deze man dat Holmes gecreëerd werd. Om zijn moeder financiëel te steunen (vader was een werkloze alcoholist) nam hij allerlei jobs aan. Zo voer hij als scheepsdokter naar Groenland en West-Afrika.

In 1882 opende hij, samen met een oud medestudent, een dokterspraktijk in Plymouth. Een turbulente samenwerking was het, waar Conan Doyle een einde aan maakte om in Southsea een eigen praktijk te beginnen. Hoewel hij een succesvol dokter was, was het hier dat hij in zijn vrije tijd zijn literaire aktiviteiten startte, wat leidde tot de schepping van Sherlock Holmes en diens eerste verschijning in 1887 in "A study in scarlet".
Na het succes van zijn eerste roman besloot hij zich te wagen aan een historisch verhaal. "Micah Clarke" was een voltreffer én een favoriet gespreksonderwerp met Oscar Wilde. Nochtans : toen beiden in 1889 samen dineerden met een uitgever, kregen ze een opdracht. ACD zou een nieuwe Holmes uitgeven ("The sign of the four"), en Wilde mocht zijn nieuwste publiceren ("The picture of Dorian Grey").
Een succesvol dineetje voorwaar!


Een jaar later was Conan Doyle aan verandering toe. Hij studeerde een jaar "oogziekten" in Wenen, en opende een praktijk in Upper Winpole Street te Londen. Daar kreeg hij nauwelijks een patiënt over de vloer. Zonder dat de bel hem stoorde kon hij zich aan het schrijven wijden.
Gelukkig voor hem verscheen toen "The Strand Magazine", en hij besloot om de Holmes van zijn eerste twee verhalen terug tot leven te wekken in enkele korte verhalen. Het eerste, "A scandal in Bohemia", werd in 1891 gepubliceerd.
Terwijl hij bezig bleef met detectiveverhalen te schrijven voor "The Strand" vertoefde zijn geest elders. Aan zijn moeder schreef hij "Ik denk er sterk aan om Holmes op te offeren. Hij verhindert mij om betere dingen te doen".
In 1893 reisde hij door Zwitserland, waar hij de "Watervallen van Reichenbach" zag. Het leek hem een ideale lokatie om Holmes te laten "sneuvelen" in zijn gevecht met aartsvijand Moriarty. In december van dat jaar verscheen het "laatste" Holmes verhaal, "The final problem".

De volgende jaren waren vrij turbulent. Conan Doyle was oorlogscorrespondent in Egypte, schreef literaire en historische verhalen, was legerarts in Zuid-Afrika, schreef pamfletten ten voordele van onrechtmatig veroordeelden. Toen de dreiging van de eerste wereldoorlog sterker werd pleitte hij voor een ondergrondse verbinding met het vasteland.
(Even geduld Arthur, de Eurostar komt eraan).

Bij het uitbreken van de oorlog neemt hij dienst in het Engelse leger. Hij begint met het schrijven van "The British campaign in France and Flanders", een werk van zes volumes dat hij pas vijf jaar later beëindigde.

Omstreeks 1916 gaat zijn geest naar een reeds lang sluimerende liefde : occultisme en spiritualisme. Hij schrijft er over en reist de wereld rond om zijn ideeën hierover uit te dragen. Het werd hem niet door iedereen in dank afgenomen.
In 1930 komt ACD uitgeput terug naar Engeland. Een hartaanval velde hem op 7 juli 1930.

Voor wie dit summier overzicht onvoldoende is : de - volgens mij - beste biografie van Conan Doyle werd geschreven door John Dickson Carr, "The life of Sir Arthur Conan Doyle". Het boek is nog steeds verkrijgbaar.








E. Gellaerts